Veel mensen hebben last van 'wat anderen zouden kunnen denken of vinden' van hen als mens of van wat ze doen of laten. Mensen vinden namelijk altijd wel iets van situaties of gebeurtenissen; ze hebben er bijvoorbeeld een mening over, een norm, een oordeel of een vooroordeel. Als mens hebben we een ego of een brein en dat betekent dat we ideeën hebben over wie of wat we zijn én vaak daaraan gekoppeld hoe we vinden hoe wij zelf of anderen zouden moeten zijn en/of hoe wij of zij zich zouden moeten gedragen.
Met dat ego of met de ideeën vanuit ons brein willen we ons neerzetten in de wereld. Vanuit ons ego willen we -afhankelijk van onze eerdere ervaringen in het leven- graag erkenning krijgen, gezien worden, gehoord worden of andere behoeften of verlangens vervuld zien. Vaak zijn deze behoeften gebaseerd op tekorten in eerdere levensfasen. Als je bijvoorbeeld nooit erkenning hebt gehad voor prestaties, dan blijft dat (overigens heel natuurlijke en normale) verlangen naar deze erkenning bestaan.
Maar worden we hier nu echt zo gelukkig van, is dan de volgende vraag. Meestal niet en als het al een gevoel van 'geluk' geeft is dat vrijwel altijd tijdelijk. Dat komt omdat we dan afhankelijk zijn van de erkenning door anderen; als die anderen er dan niet zijn, kan het zijn dat ons gevoel van 'geluk' er niet is. Ons ego heeft dan voortdurend of zeer regelmatig de erkenning nodig van anderen om dat gevoel van 'geluk' te kunnen ervaren; ons ego vraagt in dat geval een voortdurende bevestiging.
Ons werkelijke gevoel van geluk zit in ons zelf, als we ons zelf erkenning kunnen geven ervaren we veelal een tevredenheid met ons zelf en dat maakt gelukkig. Net zoals een gevoel van dankbaarheid van binnenuit ons een gevoel van geluk kan geven. De kern van geluk zit dus in ons zelf. Als we ons richten op erkenning van anderen, richten we ons feitelijk ook op het (voor)oordeel en de norm van de anderen.
Eerder heb ik al aangegeven dat we als mensen afweermechanismen of vluchtmechanismen hebben. We kunnen stellen dat 'veroordelen' van jezelf of anderen ook een dergelijke afweer is. Het is geen gevoel namelijk, dus het dient om iets tegen te houden. Mogelijk is er pijn over eerdere afwijzingen of veroordelingen. Dat kun je bij jezelf onderzoeken, waardoor je mogelijk milder naar jezelf gaat kijken. Je wijst iemand anders af, omdat je de pijn van afwijzingen die jezelf hebt ervaren niet goed kunt verdragen.
Je kunt ook bedenken dat als een ander je afwijst of veroordeelt het meestal meer zegt over die ander dan over jezelf. Het is een andere manier van kijken en denken, maar waarmee je niet alles wat anderen doen op jezelf hoeft te betrekken. Soms helpt het om het 'veroordelende, vernederende of afwijzende gedrag' van de ander bij de ander te kunnen laten. Je hoeft er niets mee.
Constructieve feedback of opbouwende kritiek zul je niet hoeven ervaren als een afwijzing, maar juist als een poging van de ander om je verder te helpen. Dergelijke feedback heeft nooit de bedoeling in zich om je naar beneden te halen, je te vernederen of af te wijzen. En zo zul je dat dan ook niet ontvangen, omdat je dat zult kunnen horen vanuit een respect naar jou als persoon en de feedback -als het goed is- gericht is op iets wat je gedaan hebt of anders had kunnen doen. Als persoon ben en blijf je namelijk altijd helemaal goed zoals je bent.
Het is altijd van belang dat je van jezelf gaat houden en jezelf gaat erkennen als mens die er mag zijn met alles er op en er aan. Nogmaals: je bent helemaal goed zoals je bent. Probeer dus altijd jezelf te begrijpen, misschien kom je er dan wel achter dat je in de kern een aardige bedoeling had of dat je juist durft te gaan zien dat je altijd zo je best doet. Als je inspanningen dan bijvoorbeeld niet leiden tot wat je had willen bereiken, is dat geen reden om jezelf naar beneden te halen.
In een psychotherapie is altijd het uitgangspunt: jezelf leren te begrijpen en leren van jezelf te houden.